Van sloppenwijk naar vruchtbare grond

sloppenwijkTot voor kort werd onze tuin vooral omschreven met termen als ‘een rommeltje’ (als vriendelijkste reactie) of ‘een sloppenwijk’ (de eerste indruk van het meisje dat een weekend bij ons logeerde toen we meededen aan het programma Puberruil). En terecht. Onze tuin lag nog helemaal gevuld met bouwmateriaal. Autobanden, houten balken, een bigbag met stampleem, bergen leem en zand, glazen raampjes, stapels tegels voor binnen, stapels terrastegels voor buiten, een voorraad mest, speciekuipen, emmers, enzovoort, enzovoort. En elke bult overdekt met plastic zeilen. Allemaal spul wat er met een heel specifieke reden lag te wachten om gebruikt te worden bij het afbouwen van ons huis. Maar een fijn uitzicht was het niet.

 

De afgelopen weken heeft er een metamorfose plaats gevonden. De autobandenwand is klaar. Het talud erachter ook: die berg hebben we inmiddels weer verzet! (zie mijn vorige blog ‘Bergen verzetten’: vooral even lezen als je voor of middenin een grote klus zit). De houten balken die in de tuin lagen zijn gebruikt voor de vide in de woonkamer, de tegels zijn gebruikt voor het vloertje in de keuken. Er kwam ruimte in de tuin en daarmee de wens om na al die bouwjaren groen te zien groeien. In een wilde bui hebben we toen alle bergen leem, zand, stampleem en alle overige materialen in één hoek van de tuin geplaatst en samen met onze overbuurman een graafmachientje gehuurd om de kleigrond los te maken.

kale kleiOm met permacultuurtermen te spreken: er heeft hier een laatste aardbeving plaats gevonden.  Gelukkig kon de graafmachine wel aan deze kant van de tuin komen; met de spade kon je niet dieper dan 2 cm in de  grond komen, echt veel en veel te hard. De graafmachine heeft tot ruim een meter diep de grond losgemaakt. Daarna gingen we weer met de hand verder. Na het egaliseren bleef er een kale kleivlakte over. De ergste kleiklonten haalden we eruit voor de  basis van de aarbeientoren. Maar ook zonder klonten zag het er droog en doods uit. Gelukkig poepten we afgelopen jaren voldoende bij elkaar om de eerste compostbak (ruim twee jaar geleden gestart) klaar te hebben voor gebruik. Wat een feest om te weten dat je met je eigen poep je tuin vruchtbaar te kunnen maken. De mest ziet er uit als bosgrond en zo ruikt het ook. Heerlijk.  

We gaan dit jaar de tuin nog niet volledig inrichten. Uiteindelijk willen we veel groente en vruchten gaan verbouwen in de tuin, maar daar beginnen we volgend jaar pas mee. Voor dit jaar hebben we de hele tuin ingezaaid met groenbemester (Phaecelia) en bijenbloemen. Dat scheelt ons nu tijd (want eigenlijk was de tuin helemaal nog niet aan de beurt en hebben we nog zat te doen in huis) en geeft straks toch al straks veel groen en bloemen en de groenbemester zorgt er ook nog voor dat de grond volgend jaar rijker is geworden.

paul met mestNa het zaaien hebben we de aarde nog gemulcht. Stro en oud droog gras (zonder kweek). Het voelde alsof we de aarde nog een dekentje gaven. Niet tegen de vorst natuurlijk, maar tegen het uitdrogen van de grond. Op de eerste stukken die we gezaaid hebben komen de eerste phaeceliablaadjes al omhoog, maar ook de rest van de tuin, waar we alleen nog maar mulch te zien,  is nu al een lust voor het oog. Geen droge woestijnachtige kleigrond, maar de belofte van een vruchtbare toekomst. Vanaf nu zullen we niet meer gaan woelen en spitten en de tuin. Vanaf nu mogen de wormen en andere nuttige beestjes het werk gaan doen.

 

 

grasveldjePs: één onderdeel van tuin deden we niet op de ‘slow’-manier: het grasveldje. Onze oudste dochter wilde heel graag een grasveldje en dan niet eentje waar je een half jaar niet op mag. Je moet ook niet te dogmatisch worden. Dus ons grasmattenveldje ligt er, bijna te groen om waar te zijn, maar we zijn er allemaal wel heel erg blij mee!

 

 

 

 

ruurdtje mest harken gemulcht