Wonen in een aardehuis - voor Omslag dec 2015

estellashuisNa zes jaar voorbereiden en inmiddels bijna vier jaar bouwen, is het zo ver.

Intensief samen nadenken, onderzoeken, afstemmen, contributie betalen, experts bevragen, schetsen, tekenen, dromen, dromen delen, locaties scouten, argumenten afwegen, risico’s inschatten en durven te dragen, lobbyen, partners zoeken, vrijwilligers verwelkomen, materialen verwerven, afwegingen daarin maken, bezuinigen en schrappen en bloedend concessies doen, realiteitszin verkrijgen en aanscherpen, nog meer risico’s aangaan,  bouwplaats inrichten, gereedschappen aanschaffen en in de modder kwijtraken, honderden planken en balken en strobalen en autobanden door onze handen laten gaan, natregenen, steigers opbouwen en afbreken, voorjaarsstormen en sneeuwbuien doorstaan, kachels bouwen en muren stuccen, kleuren kiezen, door de modder ploegen, genieten van het buiten zijn, rondleidingen geven en honderdduizend andere dingen, wonen wij in ons aardehuis, in de wijk die wij samen hebben gebouwd. Ik heb aan de casco’s van mijn buren gebouwd en zij aan dat van mij. De casco’s die af waren, werden een voor een aan de individuele bewoners, die het zelf afbouwden, opgeleverd. De wijk is nu klaar. Daar zitten wij nu, volop in die afbouwfase.

Je treft me wel op een moment dat de bodem van mijn uithoudingsvermogen in zicht komt. Na anderhalf jaar in een stacaravan op het bouwterrein te hebben gewoond, wonen we nu al een jaar in ons aardehuis. Een half jaar geleden hadden we de koepelkamer af als slaap- en werkkamer. Maar onze woonkamer is nog steeds een bouwplaats, vol gereedschappen en bouwmaterialen, we leven daartussen met tuinstoelen en een schragentafel. En we kunnen nog niet douchen. Bijna is het af, maar het gaat tergend langzaam, zo weinig tijd als wij hebben voor de afbouw, naast ons werk.

Mocht je denken dat ik spijt heb - Nooit! Er bestaat in de hele wereld geen kostbaarder huis voor mij, op deze plek, tussen deze mensen. Zelf bouwen is geweldig. Ik heb ontzettend veel geleerd en ben trots op mijn leerproces en het resultaat. Ik woon een huis waar ik elke rib en balk van ken, waar er niets te zien is waar ik niet op een of andere manier aan heb gewerkt met liefde en aandacht. Een huis opgebouwd uit natuurlijke materialen, deuren en balken van de sloop, pallet- en steigerhout, tweedehands tegeltjes, zand uit de uiterwaarden, een boomstam uit Deventer, klei uit onze eigen grond, aftimmerhout van de vloer uit ons vorige huis, levendig, ademend, vibrerend van kleur en warmte en natuurlijkheid. Een huis wat wordt verwarmd door de zon en voelt als een veilige koestering. Natuurlijk, die zonnewarmte wordt door een dure installatie opgevangen, maar ook door het zandpakket onder de vloer en de grote ramen op het zuiden.

Razend trots ben ik op de manier waarop onze huizen functioneren. Permacultuur, maar dan echt vanaf de basis. Stroom komt van veertien zonnepanelen op het dak. Verwarming door een slimme constructie, een superdik isolatiepakket onder de vloer, in de muren en het – groene - dak en de zuidgevel grotendeels van glas. Daarnaast verwarmen we bij met een slimme installatie van een groot buffervat, wat gevoed wordt door zonnecollectoren en een hoogrendement houtkachel met warmtewisselaar, waar vloerverwarming en warmwatervoorziening op zijn aangesloten. Ons drinkwater zuiveren we zelf uit een grondwaterstroom in het pleistocene zandpakket dertig meter diep onder onze voeten. Afvalwater uit de hele wijk wordt gezuiverd in een helofytenfilter, en we hebben de kringloop met het land lokaal gesloten door gebruik van composttoiletten. Een groot experiment, ook sociaal gezien, want het is de eerste keer dat dit in Nederland op wijkniveau wordt toegepast.

Een paar dingen zijn wezenlijk anders dan ik me had voorgesteld, destijds, toen we in 2006 de eerste plannen maakten. Dat ik zo verbonden kon raken met een huis, en dat een ding waar je in woont, zó tot leven kan komen. Dat ik me zo verbonden kon gaan voelen met een plek had ik niet verwacht, in mijn  – onze – cultuur waarin de wereld een tabula rasa is waar je daar neerstrijkt waar werk is, of studie, of je partner. Maar hier is het de aarde zelf die maakt dat ik me welkom voel. Dan: de mensen met wie ik dit heb mogen realiseren, de dapperen, de helden en heldinnen, de doordouwers en bikkels en kanjers die aan mijn huis hebben meegebouwd en hebben doorgewerkt totdat alle huizen af waren. Binnen zesendertig maanden vierentwintig huizen neergezet, in onze vrije tijd. Een prestatie waar we geweldig trots op mogen zijn. Ik kom net van een vergadering in ons gezamenlijke gebouwde Middenhuis, en zie weer hoe de wijk langzaam groener wordt en het buitenterrein weelderiger. Twee weken geleden hebben we de eerste bomen en struiken geplant, na jarenlang alleen maar modder om ons heen. En er is gras gezaaid. O ja, en alle daken zijn al groen begroeid, en de taluds achter de huizen. Binnenkort gaan we samen de eerste biologische krokusbolletjes planten! Groen en leven om ons heen, we verwelkomen het van harte. Komt u ook eens kijken? We geven nog steeds (drukbezochte) rondleidingen, elke twee weken. Laat u inspireren. Als wij het kunnen, kunt u het ook. Ik gun het iedereen, om zo te wonen. Wat een rijkdom.