Gierend gek

Het is kwart over 5. 's Nachts. Ik zit hier op de bank met een slaapzak om mijn benen en een deken om me heen, achter mijn computer. Waarom niet lekker in bed? Slapen misschien? Dat lukt niet. Ik lig al vanaf middernacht wakker. Ik word hier gierend gek...

 

Het leven in de yurt is voor het overgrote deel van de tijd geweldig. Dat weten jullie inmiddels wel. Mensen vragen me wel eens of het te doen is met de kou in de winter. Geen enkel punt. De kachel doet het goed. We hebben hem lang niet de hele dag branden. Is nog niet nodig. Maar ook de koude laatste maand van de winter vorig jaar, toen we net in de yurt woonden, was prima te doen. Ik zag meer op tegen veel regen. Natte regenjassen en moddertroep. Inmiddels hebben we al een hele natte zomer en een natte december maand achter de rug. Is ook prima te doen.

Maar waar ik echt gierend gek van word is de storm. De wind suist, giert, huilt, beukt, de tent klappert. Het houdt me uit mijn slaap, het kost me mijn gezondheid. Het gaat maar door. En we hebben volgens mij nog nooit zoveel wind gehad als deze winter. Elke week zijn er wel een paar stormachtige dagen of nachten. Gistermorgen, na weer een zeer slechte nacht vanwege de storm, kwam het beeld in me op dat ik vast zit in een gevangenis van gierende herrie. Het is overal om me heen en ik kan er niet uit.

Het bijzondere is dat je alles over wind leert. Bij zo ongeveer windkracht 4 begint het eerst te suizen en daarna te gieren. Eerst boven in de nok bij de koepel en dan daarna bij de wanden. De gierende toon bij de koepel is hoog, die bij de wanden is laag. Als de wind harder wordt, worden de tonen harden en hoger. Ze gaan steeds samen op in perfekte samenwerking.

En als de wind nog harder wordt, dan begint het wanddoek te golven. En even later ontstaan er ook golven in het dakdoek. Met nog weer wat meer wind krijgen de golven geluid; een harde doffe slag; het doek wordt teruggeworpen op de houten stokken. Inmiddels is het dan dik windkracht 5. Dat is allemaal nog te doen.

Bij windkracht 6 is het inmiddels herrie geworden van gieren, suizen, huilen, de harde dove slagen van het doek. En dan beginnen ook de middenpalen in de yurt te zweven. Eerst vond ik dat eng, ik wist niet wat er zou kunnen gebeuren. Daarna begon ik er aan te wennen. Maar deze winter hebben we nu twee keer meegemaakt dat een deel van de dakstokken (waar het dak op rust) naar beneden zijn gekomen. De eerst keer waren we niet thuis en vonden we een chaos bij thuiskomst: de lange stokken hadden de potten van de keukenplank meegenomen en alles lag in scherven op de grond. De tweede keer, eergisteren, gebeurde het weer. We hadden net bezoek en schrokken ons rot. Gelukkig was niemand gewond.

gierend gek afl 24Nu hebben we de middenpalen vanaf de koepel verzwaard met twee emmers vol zware stenen. Het lijkt te helpen. Ik heb de palen nog niet zien zweven. Het is vannacht een dikke windkracht 6, misschien richting 7, ik heb het nog niet eerder zo horen beuken. Ik ben niet bang. De yurt houd het wel, die kan wel tegen een stootje. Maar ik kan er niet meer tegen. Een nacht is lang als je in een gevangenis van gierende herrie zit...

Ik moest even stoppen met schrijven: we hebben net het hoogtepunt van de nacht gehad: het begon te hagelen, hard en kletterend en de wind werd minstens windkracht 7. De hagel kwam kletterend naar binnen: door de koepel, die stond te dansen op z'n houten ring. De tafel en de vloer zijn zeiknat. De middenpalen gingen toch zweven, ondanks de vele zware keien. De hele tent bewoog, Jovanna zei dat haar bed trilde. Dit was toch wel even een spannend moment. Nu is de 'rust' wedergekeerd. Het giert en klappert en regent alleen nog maar. Dit was wel het ergste van vannacht, toch?

Het is een beetje een klaagblog deze keer. Er zit altijd een keerzijde aan elk paradijs. Dat is het leven, toch? Maar op zulk soort momenten krijg ik toch wel zin in een stevig huis met dikke muren van autobanden en een aardenwal erachter. Hoe heerlijk het leven in de yurt ook is. Lang leven ons aardehuisproject :-)